Vanaf 2024 gaat de Belastingdienst de motorrijtuigenbelasting voor personenauto’s en bestelauto’s innen via een nieuw systeem. Daardoor verandert de betaling van de fijnstoftoeslag en de motorrijtuigenbelasting.
Als u fijnstoftoeslag betaalt voor uw motorrijtuig, bent u gewend de fijnstoftoeslag en de motorrijtuigenbelasting ieder apart te betalen. Als uw motorrijtuig dit jaar over is naar het nieuwe systeem, betaalt u beide bedragen in 1 keer. De Belastingdienst gaat de motorrijtuigenbelasting en de fijnstoftoeslag bij elkaar optellen. Lees bijBetaling fijnstoftoeslag: wat verandert er in 2024?hoe we het totaalbedrag afronden.
De Eerste Kamer heeft tegen de extra verhoging van het wettelijk minimumloon gestemd. Hierdoor gaat de extra verhoging met 1,2% per 1 juli niet door. De reguliere indexering van het minimumloon gaat wel door.
De Tweede Kamer heeft in oktober een amendement aangenomen om het wettelijk minimumloon extra te verhogen. Hiervoor was een spoedwet nodig. De Eerste Kamer heeft nu tegen deze spoedwet gestemd, waardoor de extra verhoging niet doorgaat.
Zoals gebruikelijk wordt het minimumloon vanaf 1 juli wel regulier geïndexeerd, ofwel aangepast aan de groei van de cao-lonen. Daarom stijgt het minimumloon met 3,09%. Daarmee wordt het minimumloon per 1 juli 13,68 euro per uur bruto. Dit werkt ook door in uitkeringen zoals de bijstand, AOW en UWV-uitkeringen.
Vanaf volgend jaar vervalt de tegemoetkoming die werkgevers kunnen krijgen voor werknemers met een laag inkomen. De Eerste Kamer heeft vandaag ingestemd met het wetsvoorstel van minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat het lage-inkomensvoordeel (LIV) afschaft.
Het LIV was bedoeld als stimulans voor werkgevers om vaker mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te behouden, maar draagt maar beperkt bij aan de kansen voor deze groep. Het geld dat vrijkomt doordat deze maatregel vervalt, wordt ingezet voor andere tegemoetkomingen voor werkgevers en compensatie voor sociaal ontwikkelbedrijven.
Minister Van Gennip: “Het is belangrijk dat iedereen kan meedoen op onze arbeidsmarkt. Daarom blijven we voortdurend op zoek naar de meest effectieve manier om mensen kansen te bieden en werkgevers te ondersteunen. Deze wetswijziging creëert ruimte voor een effectievere aanpak. Goed dat de Eerste Kamer hiermee heeft ingestemd."
Afbouw loonkostenvoordeel ouderen Ook het loonkostenvoordeel voor werkgevers die oudere werknemers in dienst hebben, wordt vanaf volgend jaar stapsgewijs afgebouwd. Dat houdt in dat het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen op of na 1 januari 2024 wordt verlaagd (per 1 januari 2025) en afgeschaft (per 1 januari 2026). Voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het loonkostenvoordeel wel gewoon gelden.
Het kabinet kiest ervoor om werkgevers op andere manieren te stimuleren om oudere werknemers in dienst nemen. Zo blijft minister Van Gennip via diverse maatregelen uit de seniorenkansenvisie inzetten op een betere arbeidsmarktpositie voor 55-plussers.
Vrijgekomen middelen anders ingezet Het geld dat vrijkomt met de afschaffing van het LIV wordt onder meer gebruikt voor het structureel maken van het ‘loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak’.
Ook is geld gereserveerd om de gevolgen van de afschaffing van het LIV voor sociaal ontwikkelbedrijven te verzachten. Gemeenten ontvangen vanaf 2025 compensatie voor het afschaffen van het LIV.
Verruiming loonkostenvoordeel herplaatsen werknemer met arbeidshandicap Daarnaast worden vanaf volgend jaar de criteria verruimd van het loonkostenvoordeel voor het herplaatsen van een werknemer met een arbeidshandicap. Met de verruiming komen werkgevers in meer gevallen in aanmerking voor loonkostenvoordeel wanneer zij een werknemer met een arbeidshandicap gedeeltelijk herplaatsen in de eigen functie of (geheel of gedeeltelijk) ergens anders in het bedrijf.
Minister Van Weyenberg van Financiën en minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid hebben de Tweede Kamer in een brief laten weten door te willen gaan met het verbod op contante betalingen boven € 3.000. Dit verbod maakt onderdeel uit van het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen dat eerder controversieel is verklaard door de Tweede Kamer. Als het verbod op contante betalingen boven € 3000 niet doorgaat dan dreigt Nederland mogelijk € 600 miljoen Europees geld mis te lopen. Een wettelijke limiet op contante betalingen is opgenomen in het Raadsuitvoeringsbesluit voor het Nederlandse Herstel en Veerkrachtplan (HVP). De deadline om deze maatregel uit te voeren staat op 31 maart 2025.
In de brief staan verschillende scenario’s uitgewerkt om een vervolg te geven aan het wetsvoorstel Plan van aanpak Witwassen. Met de limiet op contant geld willen de ministers witwassen door criminelen aanpakken. Die gebruiken hiervoor vaak grote sommen contant geld. Vanwege de verplichting in het HVP kan de invoering hiervan niet verder worden uitgesteld. Daarnaast heeft het Europese AML-pakket (Anti-Money Laundering and Countering the Financing of Terrorism, AML/CFT), dat in 2027 van toepassing wordt, een nieuwe context geschapen, omdat alle 4 de bepalingen uit het wetsvoorstel in huidige vorm niet verenigbaar zijn met het AML-pakket.
Het heeft de voorkeur van de ministers om voorlopig alleen de limiet op contante betalingen verder te brengen via een nota van wijziging op het oorspronkelijke wetsvoorstel, zodat de mogelijke korting van € 600 miljoen voorkomen kan worden.
De overige maatregelen uit het wetsvoorstel Plan van aanpak witwassen, zoals gezamenlijke transactiemonitoring, worden bij dit scenario meegenomen in het implementatietraject van het Europese AML-pakket. In totaal zijn 4 mogelijke scenario’s uitgewerkt voor het vervolg van het wetsvoorstel Plan van aanpak witwassen. De ministers geven aan hierover met de Kamer in gesprek te willen gaan tijdens het Commissiedebat op 24 april aanstaande.
Europese wetgevingsproces Het Europese wetgevingsproces rondom het AML-pakket is formeel nog niet afgerond. De stemming van het Europees Parlement over dit wetsvoorstel staat gepland op 24 april 2024. Uiteindelijk hebben Europese landen 3 jaar de tijd om het wettenpakket te implementeren. In het voorjaar van 2027 wordt de regelgeving van toepassing.
Het kabinet maakt in de Voorjaarsnota extra geld vrij waarmee gemeenten sociaal ontwikkelbedrijven beter kunnen organiseren. Het gaat om een bedrag van bijna € 600 miljoen voor de periode 2025-2034. Met al eerder toegezegde middelen voor onder meer de financiering van beschut werk, gaat er de komende jaren in totaal ongeveer een miljard euro naar de sociaal ontwikkelbedrijven. Ook daarna blijft er structureel extra geld beschikbaar.
Sociaal ontwikkelbedrijven richten zich op het aan het werk helpen en houden van mensen met een arbeidsbeperking die niet direct bij reguliere werkgevers aan het werk kunnen. Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 hebben deze bedrijven te maken met verschillende veranderingen. Ze moeten niet alleen werk bieden aan mensen die niet direct bij reguliere werkgevers kunnen werken, maar ook steeds meer mensen begeleiden naar reguliere banen. Dit brengt financiële druk met zich mee en vereist aanpassingen in de bedrijfsvoering. Met de extra investeringen wil het kabinet sociaal ontwikkelbedrijven daarom meer stabiliteit en continuïteit bieden voor de lange termijn, waardoor zij meer ruimte hebben om banen te realiseren voor werknemers met een arbeidsbeperking.
“Werk is voor mensen een ontzettend belangrijk deel van hun leven. Het vergroot het sociale netwerk, versterkt het gevoel van eigenwaarde en zorgt ervoor dat je je talenten kan benutten. Sociaal ontwikkelbedrijven bieden dit werk aan mensen die op eigen kracht moeilijk een plek kunnen krijgen op de arbeidsmarkt. Zij zorgen ervoor dat iedereen naar vermogen mee kan doen. Daarom is het ook zo van belang dat we de komende jaren extra investeren in deze bedrijven”, aldus minister Carola Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen).
Pakket aan maatregelen Minister Schouten heeft eind vorig jaar een uitgebreid pakket aan maatregelen gepresenteerd om gemeenten te ondersteunen bij het versterken van deze bedrijven. Het gaat onder andere om initiatieven om beschut werk te bevorderen en het opzetten van een duurzame infrastructuur voor de sociaal ontwikkelbedrijven. Gemeenten kunnen financiële steun krijgen voor plannen die zij indienen en gebruikmaken van ondersteuningsprogramma's. Ook wordt een structurele basisfinanciering ingevoerd.
Compensatie lage inkomensvoordeel Het kabinet heeft in het kader van de voorjaarsbesluitvorming ook besloten om gemeenten te compenseren voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) per 2025. Sociaal ontwikkelbedrijven kunnen het wegvallen van het LIV financieel niet opvangen. Daarom ontvangen gemeenten vanaf 2025 volledige compensatie via het gemeentefonds. Structureel gaat het om € 16,8 miljoen per jaar.