Terug naar hoofdinhoud

Van Gennip: loonkloof tussen mannen en vrouwen sneller dichten

Het CBS heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) opnieuw onderzoek gedaan naar de loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Uit de nieuwe ‘Monitor Loonverschillen’ over 2022 blijkt dat de loonverschillen tussen vrouwen en mannen nog steeds aanzienlijk zijn. Met name in het bedrijfsleven verdienen vrouwen voor vergelijkbaar werk gemiddeld bijna 7% minder dan mannen. Ook bij de overheid verdienen vrouwen gemiddeld bijna 2% minder. Onacceptabel, vindt minister Van Gennip (SZW). De loonkloof moet sneller gedicht worden. Daarom werkt de minister aan invoering van de Europese richtlijn loontransparantie en zet zij zich in om de bewustwording ten aanzien van de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te vergroten en om gelijkwaardige kansen te bevorderen.

Uit de Monitor Loonverschillen 2022 blijkt dat het ongecorrigeerde uurloon van vrouwen in het bedrijfsleven gemiddeld 16,4% lager ligt dan dat van mannen. In 2014 bedroeg dit verschil 19,2%. Bij de overheid zijn de verschillen kleiner, maar alsnog in het nadeel van vrouwen. In 2022 verdienden vrouwen gemiddeld 5,1% minder dan mannen. Een halvering van het verschil in uurloon ten opzichte van 2014. De gecorrigeerde loonverschillen (gecorrigeerd op basis van vergelijkbare banen en vergelijkbare kenmerken zoals leeftijd en opleidingsniveau) pakken lager uit. Toch verdienen vrouwen in het bedrijfsleven alsnog gemiddeld 6,9% minder en bij de overheid 1,8% dan mannen met vergelijkbare achtergrondkenmerken en banen.

Minister Van Gennip: “We zien nog steeds dat vrouwen slechter betaald worden dan mannen voor hetzelfde werk. Ook stromen vrouwen minder vaak door naar hogere functies. Deze verschillen kunnen we niet accepteren. Iedereen verdient gelijkwaardige kansen op het werk. Daarom gaan we door met een stevige aanpak op meerdere fronten, zoals verplichte transparantie over loonverschillen. En ik roep zowel werkgevers als werknemers op: ga hierover het gesprek aan, ook al is dat ongemakkelijk. Hoe eerlijk is het bij jou op de werkvloer?”

Gelijke beloning voor vrouwen en mannen zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Helaas blijkt uit de cijfers dat dit niet de realiteit is en dat vrouwen nog altijd geen gelijkwaardige positie op de arbeidsmarkt hebben ten opzichte van mannen. Dat moet anders. Daarom heeft het kabinet verschillende maatregelen genomen om de loonkloof te dichten. Waaronder de verhoging van het uitkeringspercentage van ouderschapsverlof van 50% naar 70% en de dialoog ‘Samenspraak’. De dialoog is bedoeld om meer inzicht te krijgen in de ervaringen van mensen rondom gendergelijkheid op de arbeidsmarkt en om de samenleving te stimuleren het gesprek te aan te gaan over ingesleten rolpatronen. Daarnaast wil het kabinet zwangerschapsdiscriminatie aanpakken door in te zetten op bewustwording via betere informatievoorziening, zowel richting (zwangere) werknemers als werkgevers.

Ook de aangenomen Europese richtlijn loontransparantie moet bijdragen aan de aanpak van loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Met de nieuwe wetgeving moeten werkgevers transparanter worden over de beloning en loonverschillen binnen hun organisatie. Ook komt er een verbod op het vragen naar het laatst verdiende salaris in arbeidsvoorwaardengesprekken. Dit moet bijdragen aan een betere positie van werknemers doordat zij meer inzicht krijgen in (mogelijke) loonverschillen. Minister Van Gennip werkt aan een spoedige implementatie van deze richtlijn in Nederlandse wetgeving.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Van Gennip: loonkloof tussen mannen en vrouwen sneller dichten

  • Raadplegingen: 22

Europees akkoord: veiligheidseisen en standaarden voor alle digitale producten

Consumenten en bedrijven maken veel gebruik van producten die met elkaar of met het internet zijn verbonden zoals industriële machines, tv’s, apps, printers, lampen, camera’s en babyfoons. Digitale producten – zowel software, hardware als componenten – moeten naar verwachting vanaf 2027 voldoen aan uitgebreide eisen en standaarden op het gebied van cyberveiligheid. Cyberonveilige apparaten zijn dan niet meer toegelaten voor verkoop via de EU-markt. Eisen betreffen onder meer het verplicht en gratis leveren van veiligheidsupdates, zolang je mag verwachten dat een product kan worden gebruikt.

De EU-lidstaten en het Europees Parlement hebben hierover een voorlopig politiek akkoord bereikt. De zogenoemde Cyber Resilience Act (CRA) is een wettelijke uitbreiding, waar Nederland actief voor heeft gepleit, op een eerder besluit om al per 2025 cybersecurityeisen te stellen aan draadloos communicerende apparaten zoals routers, babyfoons en slimme deurbellen via de Radio Equipment Directive (RED). De CRA is straks breder dan de RED en geldt niet alleen voor draadloos verbonden apparaten, maar voor alle hard- en software. Ook zet deze in op de aanpak en melding van kwetsbaarheden die opkomen, nadat een product op de markt is gebracht.

Minister Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat): “Fabrikanten en importeurs waren in de fysieke wereld al verantwoordelijk voor veilige producten. Voor digitale producten gaat dit straks ook gelden. Dat is nodig, want digitale producten en systemen zijn vaak een ideale toegangsdeur voor internetcriminelen voor diefstal van gegevens, geld of om als middel om te hacken. We willen dat voorkomen. De komst van de CRA is een volgende stap op weg hier naar toe. Veilige digitale apparaten werken beter,  beschermen onze gegevens en zorgen er voor dat we vertrouwd digitaal zaken kunnen doen.”

Ondersteuningstermijn voor gehele levensduur producten
Fabrikanten moeten voor gedurende de hele te verwachten gebruiksperiode van het product gratis veiligheidsupdates verstrekken zodra er kwetsbaarheden worden ontdekt. Deze ondersteuningsperiode moet duidelijk bij de verkoop zijn vermeld en is altijd minimaal vijf jaar. Deze minimumduur doet niet af aan de hoofdregel: als het verwachte gebruik van een product bijvoorbeeld acht jaar is dan moet de ondersteuning ook acht jaar worden geboden.

Standaarden voor cyberveiligheid
Fabrikanten zorgen ervoor dat producten voldoen aan de cybersecurityeisen, voordat een product op de markt wordt gebracht. Het gaat dan bijvoorbeeld om eisen dat producten veilig zijn ontworpen en getest zijn op veiligheidslekken. Ook moeten veiligheidsupdates in veel gevallen automatisch worden geïnstalleerd, opgeslagen persoonlijke- en financiële gegevens worden beschermd en krijgt de gebruiker de mogelijkheid geboden om deze data permanent te verwijderen.

Fabrikanten moeten bovendien incidenten en kwetsbaarheden, die worden misbruikt door kwaadwillenden, binnen 24 uur melden aan de nationale Computer Security Incident Response Teams (CSIRT) van de overheid. Voor ontwikkelaars en aanbieders van niet-commercieel aangeboden zogenoemde open-source software geldt, dat zij niet aan de eisen voor fabrikanten hoeven te voldoen.

Tijd voor implementatie en steun voor kleinere ondernemers
Met de inwerkingtredingstermijn van drie jaar is voldoende tijd geboden voor de implementatie en het opstellen van technische normen waarin de cybersecurityeisen aan fabrikanten worden uitgewerkt. Er komen bovendien voorzieningen om micro- en kleine fabrikanten te ondersteunen bij de implementatie van de eisen.

Het voorlopige EU-akkoord moet hierna nog voor instemming worden voorgelegd aan de EU-lidstaten en het Europees Parlement.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Europees akkoord: veiligheidseisen en standaarden voor alle digitale producten

  • Raadplegingen: 15

Meer Nederlanders voorstander van kernenergie

Nederland zou meer kernenergie moeten gebruiken, vindt 36 procent van de volwassenen. In 2020 was dit nog 25 procent. Vooral mannen, ouderen en hoogopgeleiden zijn voorstander van meer kernenergie. Ook regionaal zijn er verschillen. Inwoners van Zeeland, waar momenteel de enige kerncentrale staat, zijn het meest positief over kernenergie. Dat meldt het CBS op basis van het onderzoek Belevingen 2023.

In 2020 vond 25 procent van de Nederlanders van 18 jaar of ouder dat er meer kernenergie gebruikt moest worden, 18 procent vond juist dat het gebruik moest verminderen, en 25 procent was helemaal tegen het gebruik van kernenergie. In 2023 steeg de steun voor meer kernenergie naar 36 procent, terwijl 12 procent vindt dat het gebruik verminderd moet worden en 15 procent wil dat het helemaal stopt. De Nederlandse bevolking is in de afgelopen drie jaar dus positiever gaan denken over het gebruik van kernenergie.

Vooral mannen en ouderen voorstander van kernenergie

Mannen staan positiever tegenover meer kernenergie dan vrouwen: 49 tegen 23 procent. Ouderen zijn vaker voorstander dan jongere leeftijdsgroepen. Van de 35- tot 45-jarigen wil 30 procent meer kernenergie, van de 75-plussers vindt ruim 40 procent dat Nederland er meer gebruik van moet maken. Ook mensen met een hbo- of universitair diploma zijn vaak voorstander van kernenergie.

40 procent van de Zeeuwen voorstander van meer kernenergie

Inwoners van Zeeland, de enige provincie waar een werkende kerncentrale staat (Borssele), zijn het meest positief over het gebruik van kernenergie: 40 procent van hen vindt dat Nederland meer kernenergie moet gebruiken. In Groningen is het aandeel inwoners dat kernenergie steunt met 31 procent het laagst.

Draagvlak voor meer duurzame energie en minder fossiel

Een meerderheid van de Nederlanders wil dat er minder gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen of vindt dat er helemaal mee gestopt moet worden. Duurzame energiebronnen zoals windenergie, zonne-energie, aardwarmte en waterkracht moeten juist meer worden gebruikt, volgens de meeste mensen. De steun voor zonne-energie is met 78 procent het grootst, gevolgd door windenergie met 69 procent. Deze percentages zijn iets lager dan in 2020.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Meer Nederlanders voorstander van kernenergie

  • Raadplegingen: 29

DHI-subsidieregeling verlengd met 2 jaar

Vanaf 15 januari 2024 kunnen ondernemers weer een aanvraag indienen voor de subsidieregeling Demonstratieprojecten, Haalbaarheidsstudies en Investeringsvoorbereidingsprojecten (DHI). Deze subsidie helpt Nederlandse mkb-bedrijven om succesvol zaken te doen in het buitenland. De regeling wordt nu met 2 jaar verlengd.

Met DHI succesvol ondernemen

DHI is interessant als u uw internationale ambities naar een hoger niveau wilt tillen. Met de DHI-subsidieregeling kunt u uw technologie, product of dienst demonstreren aan mogelijke klanten in het buitenland. Of u kunt onderzoek laten doen naar de haalbaarheid van uw investering op een buitenlandse markt. Maak gebruik van DHI om goed voorbereid en succesvol internationaal te ondernemen.

Met deze subsidie ondersteunt het ministerie van Buitenlandse Zaken Nederlandse ondernemers om succesvol te zijn in het buitenland. In ontwikkelingslanden draagt het bij aan duurzame lokale ontwikkeling. Ook helpt het bij het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) van de Verenigde Naties.

Vanaf 15 januari 2024 kunt u weer een aanvraag indienen voor deze regeling. De eerste sluitingsdatum is 31 december 2024. Daarna verlengen wij de subsidie met nog een jaar.

Budget

Er is voor 2024 in totaal € 8,5 miljoen beschikbaar voor de DHI-regeling. Hiervan is € 4 miljoen beschikbaar voor ontwikkelingslanden, de zogenaamde DGGF-landen. De overige € 4,5 miljoen is beschikbaar voor activiteiten in andere landen.

First come, first served

De DHI-regeling gaat op 15 januari 2024 open. U kunt tot en met 31 december 2024 een aanvraag indienen, zolang er budget beschikbaar is.

We verwerken de aanvragen op basis van 'first come, first served'. Wilt u uw kans op DHI-subsidie vergroten, dien dan tijdig uw aanvraag in.

Ook DHI gebruiken? Deze bedrijven gingen u voor

Veel Nederlandse ondernemers zetten de DHI-subsidie in om voet aan de grond te krijgen in het buitenland.

Hackshield gebruikte de subsidie om in Brazilië hun cyberweerbaarheidsproject voor kinderen te demonstreren. Ook Kanters Holland B.V. zette DHI in om in Zimbabwe hun gereviseerde melkmachines te demonstreren en hun machines en kennis daarnaartoe te exporteren.

Meer weten?

Wilt u weten of DHI iets is voor u? Bezoek dan de DHI-subsidiepagina voor meer informatie en het aanvraagproces.

Bron: rvo.nl

Lees meer …DHI-subsidieregeling verlengd met 2 jaar

  • Raadplegingen: 73

Vertrouwen consumenten minder negatief in november

De stemming onder consumenten was in november 2023 minder negatief dan een maand eerder, meldt het CBS. Het consumentenvertrouwen steeg van -38 in oktober naar -33 in november. Zowel het oordeel over het economische klimaat als de koopbereidheid verbeterde.
Met -33 lag het consumentenvertrouwen in november ver onder het gemiddelde over de afgelopen twintig jaar (-10). Het vertrouwen bereikte in januari 2000 de hoogste stand ooit (36) en in september en oktober 2022 de laagste stand ooit (-59). Het CBS meet het consumentenvertrouwen elke maand sinds april 1986.

Consumenten minder pessimistisch over economisch klimaat

Consumenten waren in november minder pessimistisch over de economie dan in oktober. De deelindicator economisch klimaat kwam uit op -47, tegen -56 in oktober. Zowel het oordeel van consumenten over de economische situatie in de afgelopen twaalf maanden als het oordeel over de economische situatie in de komende twaalf maanden was minder negatief.

Koopbereidheid minder negatief

De koopbereidheid kwam in november uit op -24, tegen -27 in oktober. Zowel het oordeel over de financiële situatie in de afgelopen twaalf maanden als het oordeel over de financiële situatie in de komende twaalf maanden verbeterde. Ook vonden consumenten de tijd voor het doen van grote aankopen minder ongunstig dan in oktober.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Vertrouwen consumenten minder negatief in november

  • Raadplegingen: 17