Er komt een nieuwe subsidieregeling die samenwerking tussen ondernemers in het wegtransport aanmoedigt. Samenwerking tussen ondernemers maakt vervoer efficiënter en het bespaart het aantal kilometers dat vrachtwagens rijden. Dit betekent minder CO2-uitstoot. Wilt u meedenken over deze subsidieregeling? Geef dan tot en met 29 juni uw mening in de internetconsultatie.
Plan voor minder vrachtwagenkilometers
Met de subsidie krijgen ondernemers geld om een plan uit te voeren. Daarin staat hoe zij minder vrachtwagenkilometers rijden door samen te werken in de logistieke keten. Dit helpt de Klimaatafspraken te bereiken. Samenwerken in de wegtransport kost geld en de opbrengst is onzeker. Deze subsidie verkleint dit risico. De Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gaat de Subsidieregeling Samenwerking in Logistieke Keten (SiLK) uitvoeren voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Wat vindt u van SiLK?
Tot en met 29 juni kunt u reageren op dit voorstel voor de subsidieregeling. Via deze internetconsultatie geeft u uw mening op alle delen van de subsidie, zoals over deze punten:
Vindt u de subsidie duidelijk en simpel genoeg? Zo niet, hoe kan het beter?
Vindt u het duidelijk hoe u de subsidie aanvraagt en is dat eenvoudig genoeg? Zo niet, hoe kan dit beter?
Als u leest over deze subsidie, zou u deze subsidie wel of niet aanvragen? En waarom?
Als u de subsidie leest, denkt u dat deze subsidie helpt om het aantal gereden kilometers te verlagen? En zo niet, waarom niet?
Lees meer over de Subsidieregeling Samenwerking in Logistieke Keten (SiLK) en geef uw mening.
Wet- en regelgeving op het gebied van sociale zekerheid moet eenvoudiger worden. Het stelsel moet voor mensen makkelijker te begrijpen zijn en de druk op uitvoeringsinstanties moet omlaag. Dat schrijven minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en staatssecretaris Jurgen Nobel (staatssecretaris Participatie en Integratie) in de Stand van de Uitvoering die vandaag aan de Tweede Kamer is gestuurd.
Stand van de uitvoering en knelpuntenbrieven
Met de Stand van de Uitvoering wordt de Kamer iedere zes maanden geïnformeerd over de ontwikkelingen in de uitvoering van sociale zekerheid. Ook maken uitvoeringsorganisaties UWV, SVB en LCR elk jaar in hun zogeheten knelpuntenbrieven zichtbaar wat hun ambities zijn en wanneer wetten en regels de mensen voor wie ze bedoeld zijn niet meer helpen, bijvoorbeeld omdat ze te ingewikkeld zijn.
UWV
Het UWV is samen met het ministerie hard aan de slag de fouten in de WIA-uitkering te herstellen, de processen aan te passen en op korte termijn de oplopende achterstanden bij WIA-beoordelingen te beperken, onder meer door het herinvoeren van de 60-plusmaatregel. De Stand van de uitvoering bevat ook een actueel overzicht van lopende en nieuwe herstelacties naar aanleiding van fouten in de uitvoering. In de Stand worden aan de Kamer vijf nieuwe herstelacties bij het UWV gemeld.
Inkomstenkorting Ziektewet en Wazo
Een fout die UWV recent heeft ontdekt gaat over de Ziektewetuitkeringen (ZW-uitkeringen) en Wet arbeid en zorg-uitkeringen (Wazo-uitkeringen). Vanaf 2016 is bij een deel van de Ziektewetuitkeringen (ZW-uitkeringen) de inkomstenkorting niet (volledig) uitgevoerd bij de bepaling van de hoogte van de uitkering. Uitkeringsgerechtigden en werkgevers hebben inkomsten doorgegeven, maar UWV heeft deze inkomsten in een deel van de gevallen niet op de uitkering gekort. In een ander deel heeft UWV deze doorgegeven inkomsten wel gekort op de uitkering, maar heeft er geen definitieve vaststelling van de uitkering plaatsgevonden. Het gevolg kan zijn dat er te veel of te weinig uitkering is verstrekt. De fout heeft betrekking op een in potentie aanzienlijk aantal lopende en gesloten uitkeringen. Daarnaast heeft UWV geconstateerd dat bij ongeveer 3.000 Wazo-uitkeringen ten onrechte inkomsten zijn gekort. Met UWV beziet het ministerie momenteel de gevolgen voor deze uitkeringen en de reikwijdte van een mogelijke herstelactie. Zodra er meer duidelijkheid is wordt de Kamer hierover geïnformeerd.
SVB
De SVB vraagt aandacht voor alle verschillende leefvormen binnen de AOW. Er zijn 21 verschillende manieren waarop mensen kunnen leven volgens de AOW-regels, maar deze sluiten niet goed aan bij hoe mensen echt leven. Het resultaat van een AOW-beoordeling is daardoor vaak niet duidelijk voor mensen. Het uitvoeren van deze beoordelingen is ingewikkeld en kan ook een bezoek aan huis vereisen, wat als ingrijpend wordt ervaren. De SVB wil daarom de AOW-regels verder vereenvoudigen. Het ministerie is samen met de SVB bezig met een verkenning hierover, binnenkort volgt hierover een Kamerbrief.
Vereenvoudiging inkomensondersteuning
Het kabinet wil de bestaanszekerheid van mensen vergroten. Dit kan alleen als het stelsel van inkomensondersteuning goed en effectief werkt. Vereenvoudiging bij de uitvoeringsorganisaties speelt daarbij een belangrijke rol. Zoals de problemen van alleenverdieners om een bestaansminimum te realiseren als gevolg van een complex stelsel, genoemd in de LCR-knelpuntenbrief. Een opgelost knelpunt bij de SVB is de vereenvoudiging van de dubbele kinderbijslag. Per 1 juli 2024 ontvangen ouders van kinderen met een Wlz-indicatie de dubbele kinderbijslag automatisch. Met het UWV werkt het ministerie aan het verlengen van de aanvraagperiode van een WW-uitkering. De oorspronkelijke termijn van één week leidt tot onwenselijke situaties voor zowel mensen als uitvoerders.
Het btw-tarief op cultuur, sport en media blijft 9%. De verhoging van dit btw-tarief, die was voorgesteld in het Belastingplan 2025, gaat niet door.
In het Belastingplan 2025 stond dat het btw-tarief op cultuur, sport en media met ingang van 1 januari 2026 omhoog zou gaan van 9% naar 21%.
Op verzoek van de Tweede Kamer is onderzoek gedaan naar alternatieve maatregelen voor deze btw-verhoging. Dit onderzoek is nu afgerond en er is een alternatief gevonden.
Voor de sectoren cultuur, sport en media betekent dit dat de btw-verhoging niet doorgaat.
Daarnaast wordt de eerder afgesproken overgangsregeling uitgesteld. Dat betekent dat het btw-tarief van 9% blijft gelden. Ook als het gaat om vouchers voor enkelvoudig gebruik en betalingen die na 30 juni 2025 worden gedaan, voor prestaties in 2026.
In maart 2025 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 2,2 procent groter dan een jaar eerder, meldt het CBS. Er is vooral meer geïnvesteerd in machines (waaronder defensiematerieel) en gebouwen. In personenauto’s en overig wegvervoer (vrachtauto’s, opleggers, busjes, etc.) is minder geïnvesteerd dan een jaar eerder. Net als in januari en februari gaat de daling van de investeringen in het wegvervoer samen met de belastingwijzigingen per 1 januari 2025 en veranderende regels rond milieuzones in sommige steden.
De cijfers zijn niet gecorrigeerd voor werkdagen. Maart 2025 heeft evenveel werkdagen als maart 2024. In de CBS Investeringsradar van mei waren de omstandigheden voor de investeringen ongunstiger dan in de radar van maart.
Omstandigheden investeringen in mei ongunstiger
Het CBS publiceert elke maand over de omstandigheden voor de investeringen in de investeringsradar. De investeringen hangen onder meer samen met de situatie op de afzetmarkten en met de situatie op de financiële markten. De indicatoren van de radar hangen vrij goed samen met de investeringen in vaste activa, maar een verbetering van de omstandigheden betekent niet per se een grotere groei of een kleinere krimp van de investeringen.
In de CBS Investeringsradar van mei waren de omstandigheden voor investeringen ongunstiger dan in de radar van maart. Dat kwam vooral doordat de stijging jaar op jaar van de aandelenkoersen omsloeg in een daling en het consumentenvertrouwen lager was.
Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. Zo krijgen uitzendkrachten recht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers. Er komen strengere regels om draaideurconstructies met tijdelijke contracten te voorkomen. En oproepcontracten worden vervangen door contracten met een minimumaantal uren dat je standaard wordt betaald en ingeroosterd. Dat staat in het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’ dat de regering vandaag heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. Het is het eerste grote wetsvoorstel van het arbeidsmarktpakket dat wordt ingediend bij de Tweede Kamer.
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum: “Als je zeker bent van je inkomen en van je werktijden geeft dat rust. Het schept ruimte om plannen te maken voor de toekomst. Om misschien een huis te kopen of een gezin te stichten. Nederland kent ontzettend veel mensen met een onzeker arbeidscontract, veel meer dan het Europees gemiddelde. Ook wordt er veel via uitzendbureaus gewerkt in Nederland. En we zien dat dit zorgt voor misstanden. Voor sommige bedrijven en sectoren is onzekere arbeid een verdienmodel geworden. Met dit wetsvoorstel vergroten we direct de bestaanszekerheid van mensen. En we maken het ook weer moeilijker om mensen uit te buiten via draaideur- of uitzendconstructies.”
Uitzendkrachten
Mensen die werken via een uitzendbureau krijgen recht op minimaal dezelfde arbeidvoorwaarden als mensen die regulier in dienst zijn. Ook worden de fases van uitzendwerk waarin je elke dag kan worden ontslagen of niet weet hoeveel uren je kan werken verkort van anderhalf jaar naar één jaar. Op die manier zorgt het wetsvoorstel voor meer zekerheid voor uitzendkrachten en minder uitbuiting via uitzendconstructies van bijvoorbeeld arbeidsmigranten.
Draaideurconstructies
Het uitgangspunt van de nieuwe wet is dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na een tijdelijk contract moeten werknemers sneller een vast dienstverband krijgen. In de huidige wet mag er na drie tijdelijke contracten zes maanden lang geen tijdelijk contract gegeven worden. Om draaideurconstructies tegen te gaan wordt deze termijn in de nieuwe wet vervangen door een termijn van 5 jaar. Ook mag er in de cao nog maar beperkt uitzonderingen op deze regel worden gemaakt.
Oproepcontracten
In plaats van de nulurencontracten komt er een bandbreedtecontract. Daarin wordt er minimum- en een maximumaantal uren afgesproken, waarbij het verschil maximaal 130% is. Dit betekent dat bij een minimum van 10 uur het maximum 13 uur is. Oproepen die boven het maximum zitten mogen door de werknemer geweigerd worden. En als er structureel meer wordt gewerkt moet er een contract worden aangeboden met een hoger aantal uren. Deze wijziging zorgt voor meer zekerheid bij de werknemer over het inkomen en de uren waarop je wordt ingeroosterd. De wet kent wel een uitzondering voor bijbanen van jongeren, scholieren en studenten, zij kunnen op een oproepcontract blijven werken.
Inwerkingtreding
Nu het wetsvoorstel is aangeboden aan de Tweede Kamer kan de behandeling starten. Als na de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer instemt treedt de wet per 1 januari 2027 in werking. Het onderdeel gelijke beloning voor uitzendkrachten kan al een jaar eerder in werking treden, op 1 januari 2026.
Samen met enkele andere wetsvoorstellen vormt dit voorstel een hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt die moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor ondernemers. Deze wetsvoorstellen vloeien voort uit afspraken die het kabinet in 2023 heeft gemaakt met vakbonden en werkgevers en zijn gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021.