Minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat het wetsvoorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers aanpassen. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. Met de aanpassing wordt gevolg gegeven aan de verschillende reacties die op het wetsvoorstel zijn gekomen, vanuit de samenleving en van uitvoeringsinstanties zoals het UWV en de Belastingdienst. Van Hijum verwacht daarom het voorstel niet meer voor de zomer in te kunnen dienen bij de Tweede Kamer.
Op dit moment is een merendeel van de zelfstandigen niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Een deel acht een verzekering niet nodig of vindt de kosten te hoog, maar een deel kan zich niet verzekeren door hun leeftijd, medische aandoening of medische geschiedenis. Bij langdurige uitval verliezen zij hun inkomen.
Het wetsvoorstel Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz) zorgt ervoor dat elke zelfstandige tot de AOW-leeftijd verzekerd is. Door deelname verplicht te stellen kunnen risico’s worden gedeeld en kosten relatief laag gehouden worden. De premie voor deze collectieve verzekering bedraagt 6,5% van het inkomen, met een maximum van € 195 per maand.
Op de internetconsultatie zijn in totaal 2.260 reacties binnengekomen, waarvan 1.755 openbare reacties. Het overgrote gedeelte van de reacties is van individuele personen en bedrijven.
Ook is er door het UWV en de belastingdienst gekeken naar de uitvoerbaarheid. Zij hebben kritiek op de grondslag op basis waarvan de premie wordt geheven, namelijk de winst uit onderneming. Dit is tevens de grondslag voor de inkomstenbelasting en de zorgverzekeringswet. Ook is er kritiek op de benodigde capaciteit die nodig is om het uit te voeren en de complexiteit van het huidige voorstel. Van Hijum schrijft dat hij deze knelpunten gaat bestuderen.
Ondernemers met een schone dieselbestelauto (emissieklasse 6) behouden tot 1 januari 2029 toegang tot stadscentra met een zero-emissiezone. Deze maatregel biedt hen een jaar langer de tijd om over te stappen naar een elektrisch bedrijfsvoertuig. Daarnaast moet worden voorkomen dat ondernemers in de periode na invoering van een zero-emissiezone tegen een boete aanlopen. Het kabinet gaat daarom in gesprek met gemeenten over een boetevrije periode van 1 jaar. Na 6 maanden wordt gezamenlijk geëvalueerd en bepaald of een heel jaar boetevrij daadwerkelijk noodzakelijk is.
Het kabinet komt hiermee tegemoet aan signalen dat niet alle ondernemers mee kunnen komen in de overstap naar een elektrisch bedrijfsvoertuig. De afgelopen periode heeft staatssecretaris Chris Jansen (Openbaar Vervoer en Milieu) constructieve gesprekken gevoerd met gemeenten om te komen tot een plan dat recht doet aan het proces van de afgelopen jaren en tegelijkertijd op voldoende politiek draagvlak kan rekenen. Uitgangspunt is dat ondernemers meer tijd krijgen om zich voor te bereiden op de komst van de zones en regelgeving verder wordt geharmoniseerd en gestandaardiseerd. Hiermee wordt voorkomen dat ondernemers tussen wal en schip terecht komen.
Uitvoering regeerakkoord Naast een jaar uitstel voor schone dieselbusjes en een langere boetevrije periode, worden bestaande afspraken over onder meer ontheffingen aangescherpt en vastgelegd in een convenant. Ontheffingen voor bedrijfseconomische omstandigheden en netcongestie moeten landelijk gaan gelden. Tenslotte wordt de impact van zero-emissiezones nauwlettend bijgehouden en geëvalueerd. Het kabinet houdt daarbij alle mogelijkheden om bij te sturen open. De maatregelen zijn een reactie op de motie-Veltman, die eind oktober door de Tweede Kamer is aangenomen, en geven tevens invulling aan afspraken uit het regeerprogramma.
Juiste balans gevonden De discussie rondom het invoeren van zero-emissiezones gaat niet om het doel van de zones zelf – niemand is tegen schone lucht – maar om de vraag of het voor ondernemers haalbaar is om op tijd de overstap te maken naar een elektrisch bedrijfsvoertuig. Het kabinet heeft als uitgangspunt dat ondernemers niet aan het onmogelijke worden gehouden en neemt daarom nu maatregelen om de overgang naar zero emissie zo soepel mogelijk te maken, regelgeving te standaardiseren en het aanvragen van ontheffingen te vereenvoudigen.
Staatssecretaris Chris Jansen (Openbaar Vervoer en Milieu): “Ondernemers moeten de tijd en ruimte krijgen hun bedrijf te verduurzamen in een tempo dat bij hen past. Tegelijkertijd moeten we oog hebben voor bestaande afspraken. Gemeenten die ondanks alle bezwaren toch van start willen met een zero-emissiezone kunnen daar dus voor kiezen. Voor ondernemers met een schone dieselbus wordt de zero-emissiezone een jaar uitgesteld. Ook doen we er alles aan om te voorkomen dat ondernemers direct na invoering van een zero-emissiezones tegen een boete aanlopen. Zo vinden we de juiste balans tussen bestaande afspraken en de wens vanuit de Tweede Kamer. We gaan de impact van de zero-emissiezones monitoren en zullen indien nodig bijsturen. Hierbij houden we alle mogelijke maatregelen open.”
Gefaseerde invoering Een zero-emissiezone is een gebied in een stad waarin bestel- en vrachtauto’s die schadelijke stoffen uitstoten geweerd worden. Het gaat hierbij om een gefaseerde invoering tot 2030, waarbij in eerste instantie alleen de meest vervuilende bestaande voertuigen worden geweerd. Nieuwe voertuigen moeten vanaf de invoering van een zero-emissiezone elektrisch zijn. Ondanks bezwaren van de Tweede Kamer en het kabinet geven 14 gemeenten aan dat zij toch al op 1 januari 2025 een zero-emissiezone willen instellen. In totaal hebben 29 gemeenten besloten om in de periode tot 2030 een zero-emissiezone in te voeren. Met de maatregelen die het kabinet nu voorstelt krijgen ondernemers meer duidelijkheid, meer zekerheid en meer tijd om zich voor te bereiden op de komst van de zero-emissiezones.
Ondernemers en onderzoeksorganisaties die samen willen werken aan het verbeteren en ontwikkelen van duurzame batterijen, kunnen vanaf 16 december subsidie aanvragen. Met de subsidie Circular Batteries (circulaire batterijen) kunnen zij innovaties ontwikkelen voor batterijen met een lange levensduur, de volgende generatie lithiumbatterijen, batterijsystemen voor zware voertuigen en het stabiel houden van ons stroomnet, en recycling van batterijen. De subsidie vermindert zo de afhankelijkheid van schaarse grondstoffen. En versterkt de Nederlandse positie in de internationale markt van batterijen.
Nieuwe generatie batterijen De Subsidieregeling Circulaire batterijen (SCB) geeft een vergoeding voor de kosten van een innovatieproject dat zich richt op:
het verbeteren van de huidige generatie batterijen, zoals de lithium-ionbatterijen;
de ontwikkeling van de volgende generatie batterijen, die verbeterde prestaties leveren of minder kritieke materialen gebruiken.
Samenwerkingsverband De subsidie is voor ondernemers en onderzoekorganisaties die samen willen werken aan innovaties voor duurzame en circulaire batterijen. Met circulair bedoelen we: grondstoffen en materialen maximaal benutten en hergebruiken. Het samenwerkingsverband moet bestaan uit een onderzoeksorganisatie en minstens één onderneming.
€ 95 miljoen met 4 aparte budgetten Ondernemers en onderzoeksorganisaties krijgen subsidie voor een innovatieproject dat zicht richt op een van de volgende onderwerpen. Elk met een eigen subsidiebudget:
Terugwinning van kritieke materialen door verbetering van recyclingsstappen van lithiumbatterijen (budget € 13,5 miljoen);
Ontwikkeling en toepassing van batterijen met een lange levensduur en de oprichting van een expertisecentrum (budget € 25 miljoen);
Onderzoek en ontwikkeling van batterijmaterialen en productieprocessen voor volgende generatie lithiumbatterijen (budget € 22,5 miljoen);
Circulaire batterijsystemen voor zware voertuigen (budget € 34 miljoen).
Aanvragen subsidie Subsidie aanvragen kan vanaf 16 december 2024, 09:00 uur tot 16 april 2025, 17:00 uur.
Nationaal Groeifonds Het Nationaal Groeifonds (NGF) is een belangrijke investeringsbron van de Nederlandse overheid, met meer dan € 11 miljard voor 50 projecten gericht op het duurzame economische vermogen van Nederland. De regeling SCB is onderdeel van het NGF-programma Material Independence and Circular Batteries (MICB). Dit programma is één van de initiatieven dat specifiek gericht is op innovatie en duurzaamheid in batterijtechnologie en materialen.
Werkgevers- en werknemersorganisaties, brancheorganisaties en O&O-fondsen kunnen van 13 januari 2025 tot en met 14 februari 2025 subsidie aanvragen voor projecten om werknemers meer uren te laten werken. Dit staat in de subsidieregeling Meer uren werkt (Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd) die vandaag is gepubliceerd.
Met deze subsidieregeling wil het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid urenuitbreiding stimuleren voor werknemers die dat willen en kunnen. Zo kan een bijdrage worden geleverd aan het oplossen van de arbeidsmarktkrapte, maar ook aan een betere werk-privébalans en aan de verbetering van de economische zelfstandigheid van werknemers die in deeltijd werken.
Groeifondsprogramma Meer uren werkt! De regeling is een onderdeel van het Nationaal Groeifondsprogramma Meer uren werkt!, waarin SZW en de Universiteit Utrecht samenwerken. Het programma richt zich op (onderzoek naar) interventies die urenuitbreiding faciliteren en de opschaling van bewezen interventies naar de gehele arbeidsmarkt.
Interventies De subsidieregeling bevat in het eerste aanvraagtijdvak zeven interventies. Vijf daarvan zijn specifiek gericht op werknemers die in deeltijd werken in de sectoren zorg en welzijn, kinderopvang en onderwijs. Hier gaat het om: alternatieve roostersessies, het herstructureren van taken, het goede gesprek, combinatiebanen, en mantelzorgvriendelijke organisaties. De overige twee interventies hebben betrekking op werknemers in alle arbeidsmarktsectoren en omvatten het stimuleren van oudervriendelijke organisaties en het bieden van financieel inzicht.
Voor het uitvoeren van een interventie zijn er deelnemende organisaties, een hoofdaanvrager en een interventiepartner nodig. Brancheorganisaties, O&O-fondsen en werkgevers- en werknemersorganisaties kunnen optreden als hoofdaanvrager. Een samenwerkingsverband bestaat in ieder geval uit een hoofdaanvrager en een interventiepartner. Alleen een samenwerkingsverband kan een aanvraag doen voor de subsidie. Voor alle interventies moet een aparte aanvraag worden ingediend.
Aanvraag in januari en februari Van 13 januari 2025, 9.00 uur tot en met vrijdag 14 februari 2025, 17.00 uur kan de subsidie aangevraagd worden via het subsidieportaal van Uitvoering Van Beleid (UVB). Voor de subsidieregeling is in dit eerste aanvraagtijdvak €6,6 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de zeven interventies. Het programma Meer uren werkt!, inclusief de opschalingsfase, loopt van 2024 tot en met 2033.
Meer weten? Op Uitvoering Van Beleid vindt u meer informatie over het aanvraagproces van deze regeling. Informatie over het programma Meer Uren Werkt! kunt u vinden op het Nationaal Groeifonds.
In deze webinars geven medewerkers antwoord op vragen over wanneer sprake is van loondienst of zzp en wat er verandert als de Belastingdienst vanaf 1 januari 2025 weer volledig gaat handhaven op schijnzelfstandigheid.
Of er sprake is van loondienst of zzp wordt bepaald door hoe in de praktijk gewerkt wordt. Als sprake is van echt ondernemerschap als zelfstandige, dan kan er gewoon als zzp’er worden gewerkt. Maar er zijn ook gevallen van zzp’ers die niet zelfstandig werken, maar worden aangestuurd in hun werk. Dan is er sprake van een arbeidsovereenkomst.
Werken als schijnzelfstandige heeft negatieve gevolgen. Het werkt voor een deel van de werkenden uitbuiting in de hand. Het zorgt voor oneerlijke concurrentie tussen bedrijven en een race naar de bodem op arbeidsvoorwaarden. En het kan ertoe leiden dat onze sociale regelingen onbetaalbaar worden, omdat de rekening bij een steeds kleinere groep komt te liggen. De twee webinars kunnen opdrachtgevers en werkenden helpen om samen te kiezen voor het juiste contract.