Terug naar hoofdinhoud

Prinsjesdag 2024: extra ruimte, ondersteuning en waardering voor ondernemen

De Nederlandse economie heeft letterlijk ruimte nodig om ons verdienvermogen te kunnen versterken. Het kabinet kiest er daarom op Prinsjesdag voor om in 2025 en daarna extra te investeren in innovatie, strategische technologieën en digitalisering. Tegelijkertijd krijgen het ondernemingsklimaat en de arbeidsproductiviteit steun. Eerder voorgenomen versoberingen van fiscale regelingen voor ondernemers zoals de expatregeling, inkoop van eigen aandelen, mkb-winstvrijstelling en de renteaftrek binnen de vennootschapsbelasting worden grotendeels of geheel teruggedraaid. 

Extra investeren is mogelijk, omdat de economische vooruitzichten voor 2024 (voorspelde groei van 0,6%) en 2025 (1,5%) positief zijn. Met een stijging van de koopkracht van in doorsnee 2,5% dit jaar en 0,7% in 2025 is de voorspelling dat, mede door de aantrekkende lonen, het mogelijk is om het eerdere koopkrachtverlies door sterke inflatie weer in te lopen. 

Minister Dirk Beljaarts (Economische Zaken): “We hebben een nieuwe begroting die ondernemers helpt om te doen waar ze goed in zijn: ondernemen. Lastenverlichtingen zijn doorgevoerd en verzwaringen afgewend. Daarmee laat het kabinet daadwerkelijk zien grote waardering te hebben voor het bedrijfsleven van mkb tot grootbedrijf.”

De minister vervolgt: “Het is nodig om het bedrijfsleven te versterken. Nederland moet immers meer doen met minder mensen. Daarom zijn investeringen in kennis, technologie en innovatie cruciaal. Het kabinet wil dat in 2030 3% van het bruto binnenlands product (bbp) wordt besteed aan onderzoek en ontwikkeling. Dat is niet alleen nodig voor onze banen en inkomsten. Het is ook bittere noodzaak om te voorkomen dat we ongewenst afhankelijk zijn van (half)producten of grondstoffen van landen van buiten de EU.”

€ 1miljard financiering voor innovatieve en startende bedrijven
Financiering is voor ondernemers cruciaal om te kunnen groeien en vernieuwen. Het kabinet stelt € 900 miljoen beschikbaar via Invest-NL en € 100 miljoen via Invest International. Dit geld is voor innovatieve, duurzame en startende ondernemers, en voor bedrijven die essentieel zijn voor de Nederlandse economie. Bijvoorbeeld, omdat ze zich bezighouden met strategische technologieën zodat Nederland en de EU niet ongewenst afhankelijk zijn van (half)producten of grondstoffen uit landen elders.

Budget WBSO-regeling stijgt
De subsidie voor Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO-subsidie) is een regeling voor belastingvoordeel voor innovatie. Het budget voor de WBSO stijgt in 2025 naar € 1,5 miljard. Zo hoeven bedrijven minder belasting te betalen voor hun onderzoek en ontwikkeling en kunnen ze goedkoper innoveren. 

Genoeg ruimte voor bedrijven
Het kabinet wil dat Nederland aantrekkelijk blijft voor bedrijven. Dat is goed voor de economie. Tegelijkertijd is fysieke ruimte in Nederland schaars. Daarom investeert het kabinet in 2025 € 9,8 miljoen in het programma Ruimte voor economie. Daarmee worden geschikte bedrijfslocaties behouden en gemaakt. 

Een sterke digitale economie
De Nederlandse economie is steeds meer digitaal. We shoppen en communiceren online, bedrijven doen onderling en met consumenten digitaal zaken en we gebruiken digitale producten en diensten. Om te zorgen dat iedereen hiervan kan blijven profiteren, investeert het kabinet in 2025 in een sterkere digitale economie en -infrastructuur.

Bijvoorbeeld door de aansluiting op EU-fondsen als het Digital Europe programma wil het kabinet Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven helpen. Hiervoor is financiering (€ 13 miljoen) beschikbaar voor innovaties die AI en digitale vaardigheden stimuleren. Ook gaat er € 11,6 miljoen naar het versterken van cybersecurity in het bedrijfsleven.

Vestigingsklimaat
Dit kabinet wil het vestigingsklimaat verbeteren. Daarom zijn enkele eerder genomen negatieve belastingmaatregelen teruggedraaid. Het gaat dan om de afschaffing van de faciliteit voor inkoop van eigen aandelen, het verlagen van de mkb-winstvrijstelling, de verhoging van de energiebelasting en de verhoging van het box 2 tarief. Daarbovenop wordt de renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting naar 25% gebracht. Het vestigingsklimaat wordt daarmee gunstiger om te ondernemen, te groeien en bij te dragen aan onze brede welvaart.

30%-regeling belangrijk voor goed vestigingsklimaat
Voor een goed vestigingsklimaat is voldoende talent noodzakelijk. Waar een tekort aan talent is - zoals in onze techsectoren - dragen hoogopgeleide buitenlandse werknemers bij aan een sterker Nederlands ondernemingsklimaat. Daarom wordt de eerder voorgestelde versobering van de 30%-regeling vrijwel volledig teruggedraaid. In plaats van de stapsgewijze 30-20-10% regeling kiest dit kabinet voor een vlak tarief, met intensivering naar een 27%-regeling. Daarbij wordt wel de salarisnorm in de 30%-regeling verhoogd.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Prinsjesdag 2024: extra ruimte, ondersteuning en waardering voor ondernemen

  • Raadplegingen: 155

Vanaf 1 januari 2025 volledige handhaving op schijnzelfstandigheid

Op 1 januari 2025 gaat de Belastingdienst volledig handhaven op schijnzelfstandigheid. Bedrijven en organisaties die mensen als zzp’er inhuren voor werk dat zij niet zelfstandig uitvoeren, kunnen dan weer een boete en naheffingen krijgen. Daarbij geldt een overgangsperiode van 1 jaar waarin werkgevers en werkenden nog geen vergrijpboete krijgen als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid. De opheffing van het handhavingsmoratorium is een van de maatregelen die het kabinet neemt om schijnconstructies te bestrijden en draagt bij aan meer zekerheid op de arbeidsmarkt.

Staatssecretaris Idsinga (Fiscaliteit en Belastingdienst): “Zelfstandige ondernemers leveren in Nederland een belangrijke bijdrage aan onze economie. En dat blijft zo. Als je echt een ondernemer bent en zelfstandig werkt kun je dat gewoon blijven doen. Maar de inzet van schijnzelfstandigen leidt wel tot oneerlijke concurrentie en ongelijke arbeidsvoorwaarden. Het kabinet wil deze balans op de arbeidsmarkt herstellen. De opheffing van het handhavingsmoratorium is een van de maatregelen om dit te bereiken. Hoewel veel bedrijven en zzp’ers zich druk aan het voorbereiden zijn op de handhaving vanaf 1 januari 2025 ben ik mij er ook van bewust dat de aanpassingen veel van hen vragen. Daarom krijgen bedrijven die kunnen aantonen dat zij aan de slag zijn met het tegengaan van schijnzelfstandigheid volgend jaar nog geen vergrijpboetes.”

Ook neemt het kabinet stappen om de positie van mensen op de arbeidsmarkt te verbeteren, onder andere door de verschillende wetsvoorstellen in het arbeidsmarktpakket. Het kabinet vindt het daarnaast belangrijk dat naast handhaving ook de verschillende arbeidscontractvormen gelijker worden getrokken. Hiervoor worden eerder aangekondigde maatregelen verder uitgewerkt, zoals de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en de (versnelde) afbouw van de zelfstandigenaftrek.

Meer duidelijkheid en hulp
Het kabinet neemt dit besluit nu ook omdat vanuit de markt is gevraagd om duidelijkheid over het opheffen van het handhavingsmoratorium, zodat men zich hierop kan voorbereiden. Er zijn veel bedrijven en organisaties die hun bedrijfsvoering al hebben aangepast. Met het opheffen van het moratorium neemt de rechtvaardigheid richting deze ondernemers ook toe.

In de praktijk betekent het opheffen van het handhavingsmoratorium dat de Belastingdienst tijdens controles naheffingen kan opleggen als er binnen bedrijven en organisaties sprake is van schijnzelfstandigheid. Wanneer een bedrijf of organisatie niet aan de regels voldoet kan een naheffing tot maximaal 5 jaar terug worden opgelegd. De Belastingdienst kan alleen met terugwerkende kracht corrigeren tot 1 januari 2025, de datum van de opheffing.

Om de arbeidsmarkt voor te bereiden op de opheffing van het handhavingsmoratorium blijft de Belastingdienst in aanloop naar 1 januari 2025 opdrachtgevers en zzp’ers voorzien van informatie en praktische hulp. Zo zoekt de Belastingdienst actief de samenwerking op met de markt om zoveel mogelijk onrust weg te nemen. Dit wordt de komende maanden via informatiesessies, webinars en bedrijfsgesprekken voortgezet. Ook blijft de Belastingdienst in gesprek gaan met onder andere koepels, brancheorganisaties en fiscaal dienstverleners.

Modelovereenkomsten
Het kabinet maakt ook bekend dat er geen modelovereenkomsten meer door de Belastingdienst worden goedgekeurd. Het gebruik van dergelijke modelovereenkomsten is niet langer houdbaar, omdat modelovereenkomsten geen zekerheid vooraf kunnen geven over het werken buiten dienstverband. Dit hangt namelijk af van hoe er in de praktijk wordt gewerkt, niet van wat er in een contract staat. De lopende modelovereenkomsten worden nog wel geëerbiedigd tot de einddatum van de overeenkomst.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Vanaf 1 januari 2025 volledige handhaving op schijnzelfstandigheid

  • Raadplegingen: 146

Internetconsultatie verlenging en wijziging SLIM-regeling

Op maandag 9 september 2024 start het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met de internetconsultatie voor de SLIM-subsidieregeling. Met deze regeling wordt vanaf 2020 jaarlijks subsidiebudget beschikbaar gesteld voor initiatieven gericht op het stimuleren en ontwikkelen in het mkb. De huidige regeling loopt eind 2024 af, maar het kabinet is van plan deze met 5 jaar te verlengen.

Doel van de regeling is dat bedrijven meer investeren in een cultuur waarin het up-to-date houden van vakkennis en vaardigheden vanzelfsprekend is. Individuele mkb-ondernemingen kunnen subsidie aanvragen voor:

  • (A) het doorlichten van een onderneming voor een opleidings- of ontwikkelplan;
  • (B) loopbaan- of ontwikkeladviezen;
  • (C) het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een leer- en ontwikkelmethode.

Samenwerkingsverbanden in het mkb kunnen alleen subsidie aanvragen voor activiteit C.

In de aangepaste regeling is specifiek aandacht voor de administratieve lasten van ondernemers.

Het uitgangspunt is om deze lasten zo laag mogelijk te houden. Via internetconsultatie.nl kan iedereen tot en met 23 september 2024 suggesties doen voor verbetering van het besluit in voorbereiding.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Internetconsultatie verlenging en wijziging SLIM-regeling

  • Raadplegingen: 48

Vanaf 1 januari 2025: Wijzigingen KOR en introductie EU-KOR

Met ingang van 1 januari 2025 veranderen de regels van de kleineondernemersregeling (KOR). Ook wordt het mogelijk om de KOR aan te vragen in andere EU-landen: de EU-KOR.

In de komende weken ontvangen circa 300.000 ondernemers die deelnemen aan de kleineondernemersregeling (KOR) een brief van de Belastingdienst over de wijzigingen van de KOR en de introductie van de nieuwe EU-KOR.

Voor de KOR zijn dit de belangrijkste wijzigingen:

  • De verplichte deelnameperiode van 3 jaar komt te vervallen.
    Op dit moment geldt dat KOR-deelnemers met een omzet van maximaal € 20.000 per kalenderjaar verplicht 3 jaar moeten deelnemen. Die verplichte deelnameperiode vervalt per 1 januari 2025. Voor ondernemers in de KOR wordt het dus mogelijk om zich op elk moment af te melden.
  • Opnieuw aanmelden voor de KOR kan sneller.
    Als u zich als ondernemer opnieuw wil aanmelden voor de KOR, dan hoeft u niet meer 3 jaar te wachten voor u weer kunt deelnemen. Vanaf 1 januari 2025 gaat deze zogenoemde uitsluitingsperiode alleen nog om de rest van het kalenderjaar waarin de ondernemer zich had afgemeld, en het kalenderjaar daarop.
  • Aan- of afmelden kan binnenkort in Mijn Belastingdienst Zakelijk.
    Vanaf 1 oktober 2024 wordt aan- of afmelden voor de KOR eenvoudiger en sneller, in Mijn Belastingdienst Zakelijk.
  • Deelname KOR eindigt voor buitenlandse ondernemers.
    Bent u als ondernemer niet in Nederland gevestigd, maar hebt u hier wel een vaste inrichting voor de btw én staat u geregistreerd voor de KOR? Dan mag u vanaf 1 januari 2025 niet meer deelnemen aan de KOR.

Nieuw: EU-KOR
Tot 1 januari 2025 kunnen ondernemers die zijn gevestigd in Nederland alleen de KOR in Nederland toepassen. Met de EU-KOR kunt u vanaf 1 januari 2025 ook een btw-vrijstelling krijgen voor 1 of meer EU-landen waar u zakendoet.

Bent u deelnemer aan de EU-KOR in bijvoorbeeld Frankrijk, België en Italië, dan krijgt u een btw-vrijstelling in deze 3 landen. Maar u kunt er ook voor kiezen om alleen in bijvoorbeeld België aan de EU-KOR mee te doen. Dan krijgt u alleen in België een btw-vrijstelling.

Met de EU-KOR berekent u geen btw aan uw klanten in andere EU-landen. Ook trekt u daar geen btw af, ook niet voor kosten die u voor uw leveringen hebt gemaakt. En u betaalt geen btw aan de belastingdienst van het land waar u zakendoet. U hoeft daar dus geen btw-aangifte te doen. Daarnaast moet u elk kwartaal een opgaaf kwartaalomzet bij de Belastingdienst indienen. Dat is een overzicht van de omzet die u in een kwartaal in de hele EU hebt behaald.

Voor deelname aan de EU-KOR gelden een aantal voorwaarden. Zo moet bijvoorbeeld de hoofdvestiging van de onderneming in Nederland zijn gevestigd. Een andere voorwaarde is de maximale jaaromzet van € 100.000 (in alle EU-landen, inclusief Nederland). Ook moeten deelnemers aan de EU-KOR zich houden aan de nationale omzetgrens van het EU-land waar ze de btw-vrijstelling willen toepassen.

Meer informatie
Op belastingdienst.nl/kor vindt u meer informatie over de KOR. En op belastingdienst.nl/eu-kor leest u meer over de EU-KOR.

Bron: belastingdienst.nl

Lees meer …Vanaf 1 januari 2025: Wijzigingen KOR en introductie EU-KOR

  • Raadplegingen: 87

Hogere werkdruk belangrijkste gevolg personeelstekort volgens ondernemers

Bijna 29 procent van de ondernemers ziet de steeds hogere werkdruk onder het personeel nog altijd als belangrijkste gevolg van een tekort aan personeel. Ook hebben de meeste ondernemers nog steeds moeite om personeel te vinden. Wel ervaren iets minder ondernemers echt een personeelstekort vergeleken met een jaar geleden. Dit meldt het CBS op basis van de Conjunctuurenquête Nederland van juli 2024, die wordt gehouden in samenwerking met KVK, EIB, MKB-Nederland en VNO-NCW.

In bijna alle bedrijfstakken geven minder ondernemers een verhoogde werkdruk onder het personeel aan als belangrijkste gevolg van een personeelstekort vergeleken met een jaar geleden. Alleen in de landbouw, bosbouw en visserij is dit iets gestegen. Ondernemers in de detailhandel geven een hogere werkdruk het meest aan, ruim 43 procent. In de horeca en de informatie en communicatie ervaren ondernemers het vaakst gestegen arbeidskosten. Vooral in de delfstoffenwinning, de autohandel en –reparatie en de bouwnijverheid hebben ondernemers vaker te maken met gestegen arbeidskosten dan een jaar geleden. Iets meer dan 13 procent van de ondernemers neemt minder geschikt personeel aan. Dit geldt in verhouding vaak voor ondernemers in de bouwnijverheid en de horeca.

Verschillende belemmeringen bij het vinden van personeel
Bij het vinden van personeel ervaren bedrijven verschillende belemmeringen. De meeste ondernemers (23 procent) geven aan dat het aantal werkzoekenden beperkt is, vooral in de bouwnijverheid en de vervoer en opslag. Ruim 17 procent ziet een gebrek aan gekwalificeerde mensen. Ondernemers in de autohandel en –reparatie (30 procent) en de industrie (26 procent) lopen hier vaker tegen aan. 12 procent van de bedrijven geeft aan dat potentiële arbeidskrachten hogere eisen stellen dan ze kunnen of willen bieden. Dit speelt in verhouding vaak binnen de delfstoffenwinning en de informatie en communicatie. Ondernemers in de landbouw, bosbouw en visserij en de vervoer en opslag geven het vaakst aan dat mogelijke arbeidskrachten meer voor werk buiten hun sector kiezen.

Iets minder ondernemers ervaren een personeelstekort
Ruim 71 procent van de ondernemers ervaart een tekort aan arbeidskrachten aan het begin van het derde kwartaal. Dat is iets minder dan een jaar eerder toen ruim 75 procent hiermee te maken had. In 2022 lag dit aandeel nog op ruim 84 procent. In de meeste bedrijfstakken zijn er minder ondernemers die een personeelstekort ervaren dan een jaar geleden. In de horeca en detailhandel is dit het meest gedaald: van ongeveer 85 procent naar ruim 69 procent. In de autohandel en -reparatie en de vervoer en opslag ervaart bijna 82 procent van de ondernemers een tekort aan personeel, ongeveer evenveel als een jaar eerder. Alleen in de bouwnijverheid hebben meer ondernemers last van een personeelstekort dan in 2023.

Ondernemers geven in de Conjunctuurenquête ook aan wat de belangrijkste belemmering is in de bedrijfsvoering. Aan het begin van het derde kwartaal van 2022 bereikte het tekort aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering een piek met bijna 48 procent. Vervolgens nam het geleidelijk af tot ruim 35 procent aan het begin van het derde kwartaal van 2024. Wel is het nog steeds de meest genoemde belemmering door ondernemers.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Hogere werkdruk belangrijkste gevolg personeelstekort volgens ondernemers

  • Raadplegingen: 153