Terug naar hoofdinhoud

Meer investeringen verwacht in 2026, winstgevendheid gedaald

Ondernemers verwachten in 2026 meer te investeren dan dit jaar. Wel zagen ze hun winstgevendheid afgelopen kwartaal afnemen en is het ondernemersvertrouwen nog steeds negatief. Dit melden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), MKB-Nederland en VNO-NCW op basis van de Conjunctuurenquête Nederland.

Per saldo verwacht ruim 3 procent van de ondernemers meer te investeren in 2026. Ondernemers in de vastgoedsector verwachten dit met per saldo 25 procent het vaakst. Negen bedrijfstakken verwachten meer te investeren, de overige drie bedrijfstakken verwachten minder te investeren. In de cultuur, sport en recreatie en in de detailhandel verwachten ondernemers meer te investeren, terwijl ze vorig jaar nog een afname verwachtten. In de landbouw, bosbouw en visserij, in de horeca en de informatie en communicatie, verwachten ondernemers dat ze minder gaan investeren in 2026.

Afname winstgevendheid in afgelopen kwartaal

Aan het begin van het vierde kwartaal 2025 gaven meer ondernemers aan dat hun winstgevendheid is afgenomen dan toegenomen in het afgelopen kwartaal; het saldo was daarmee negatief. In acht van de twaalf bedrijfstakken zijn ondernemers negatiever over de winstgevendheid. Doordat ondernemers in de bouwnijverheid positiever zijn over hun winstgevendheid, is het totaalcijfer vrijwel hetzelfde als vorig jaar. Verder waren alleen in de groothandel, de industrie en de vastgoedsector ondernemers minder negatief dan een jaar geleden. In de autohandel en -reparatie waren ondernemers met een saldo van -21 procent het negatiefst over de ontwikkeling van hun winstgevendheid.

Ondernemersvertrouwen blijft negatief

Het ondernemersvertrouwen komt in het vierde kwartaal van 2025 uit op -4,0 en blijft daarmee vrijwel gelijk ten opzichte van een kwartaal eerder. Ondernemers waren negatiever over het economisch klimaat in het afgelopen kwartaal, dan over hun verwachtingen voor het komende kwartaal. Het ondernemersvertrouwen is sinds begin 2022 onafgebroken negatief en ligt op het gemiddelde (-4,0) vanaf 2012.

Ondernemersvertrouwen alleen in de informatie en communicatie positief

In de informatie en communicatie is het ondernemersvertrouwen als enige bedrijfstak nog positief. In alle andere bedrijfstakken is de stemmingsindicator negatief, en in de meeste bedrijfstakken ook iets negatiever dan vorig kwartaal. In de verhuur en handel van onroerend goed is de stemming het sterkst gedaald. In de zakelijke dienstverlening is het cijfer omgeslagen van positief naar negatief. In de horeca is het vertrouwen het sterkst verbeterd, maar nog steeds negatief. Ondernemers in de landbouw, bosbouw en visserij zijn het negatiefst gestemd.

Tekort aan arbeidskrachten nog steeds belangrijkste belemmering

Aan het begin van het vierde kwartaal van 2025 gaf 33 procent van de ondernemers een tekort aan arbeidskrachten aan als belangrijkste belemmering in hun bedrijfsvoering. Dit is sinds het derde kwartaal van 2021 de meest genoemde belemmering. Daarnaast zei 22 procent dat onvoldoende vraag de belangrijkste belemmering was. Ruim 10 procent van de ondernemers noemde financiële beperkingen. Ruim 33 procent zei geen belemmeringen te ervaren.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Meer investeringen verwacht in 2026, winstgevendheid gedaald

  • Raadplegingen: 38

Nieuw vanaf 2026: Herziening btw-aftrek bij investeringsdiensten

Vanaf 1 januari 2026 treedt een nieuwe regeling in werking: de herziening btw-aftrek bij investeringsdiensten.

Dit zijn grote verbouwings- en onderhoudsdiensten (bijvoorbeeld schilderwerk, isolatie of dakrenovatie) vanaf € 30.000 aan een onroerende zaak. De btw-aftrek bij deze investeringsdiensten staat niet meer meteen vast, maar wordt na het jaar van ingebruikname nog 4 jaar lang gevolgd. Dit is de zogenoemde herzieningsperiode.

In de herzieningsperiode bekijkt u elk jaar of de verhouding tussen belast en vrijgesteld gebruik nog hetzelfde is als in het jaar dat u de investeringsdienst in gebruik hebt genomen. Is dat niet zo? En is het verschil groter dan 10%? Dan moet u een deel van de afgetrokken btw herzien.

De nieuwe regeling geldt voor alle diensten die vanaf 1 januari 2026 voor het eerst in gebruik worden genomen.
Het moment van eerste ingebruikname van de investeringsdienst zal vaak samenvallen met het moment waarop de dienst wordt afgerond.

Meer informatie leest u bij Herziening btw-aftrek investeringsdiensten.

Lees meer …Nieuw vanaf 2026: Herziening btw-aftrek bij investeringsdiensten

  • Raadplegingen: 23

Vanaf 1 januari 2026: btw-tarief logies omhoog naar 21%

Vanaf 1 januari 2026 geldt voor het verstrekken van logies het btw-tarief van 21%.

Wat verandert er?

  • Logies en bijbehorende voorzieningen
    Voor logies en de bijbehorende voorzieningen geldt vanaf 2026 het tarief van 21%. Op de pagina btw-tarief logies vindt u hierover meer informatie.
  • Afzonderlijke faciliteiten
    Biedt u faciliteiten los aan, zoals ontbijt of toegang tot een zwembad of attractiepark? Dan geldt hiervoor het verlaagde tarief van 9%.

All-in prijs: splitsen in 21% en 9%

Bij een all-in prijs voor logies en afzonderlijke faciliteiten moet u de vergoeding verdelen in een deel dat belast is met 21% en een deel dat belast is met 9% btw. Deze splitsing maakt u door de marktwaarden van de afzonderlijke prestaties te vergelijken.

Voorbeeld: weekendverblijf
De marktwaarde van een weekendverblijf voor 2 personen is € 280 en voor ontbijt € 70. Samen is dat € 350.

Logies vormt 280/350 = 80% van de totale waarde.

Ontbijt vormt 70/350 = 20% van de totale waarde.

Rekent u een all-in prijs van € 150 (exclusief btw), dan verdeelt u die prijs zo:

  • €120 is belast met 21% btw (logies, 80%)
  • €30 is belast met 9% btw (ontbijt, 20%)

Lees meer …Vanaf 1 januari 2026: btw-tarief logies omhoog naar 21%

  • Raadplegingen: 23

Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland starten consortium voor digitale gemeenschapsgoederen

De Europese Commissie heeft vandaag goedkeuring gegeven voor de oprichting van het European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) Digitale Gemeenschapsgoederen. Het consortium is een samenwerking tussen Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland en richt zich op het versterken van de Europese digitale soevereiniteit door het ontwikkelen van een sterke digitale infrastructuur binnen Europa.

Europese samenwerking aan digitale autonomie

De deelnemende landen werken nauw samen met Europese bedrijven en kennisinstellingen aan digitale gemeenschapsgoederen: open en transparante alternatieven voor digitale diensten zoals kunstmatige intelligentie, cloud computing, cybersecurity en sociale netwerken die gemeenschappelijk ontwikkeld en beheerd worden. Door kennis, middelen en contacten te delen, moet de ontwikkeling van Europese technologie worden versneld.

Staatssecretaris Eddie van Marum: “80% van onze digitale technologie en infrastructuur komt nog uit niet-Europese landen. Dat kan en moet anders. We werken aan meer digitale soevereiniteit, samen met onze Europese partners en het Europese bedrijfsleven. Daarom ben ik blij dat de Europese Commissie vandaag de oprichting van dit samenwerkingsverband heeft goedgekeurd.”

Ondersteunen van bestaande initiatieven

De EDIC Digitale Gemeenschapsgoederen gaat bestaande Europese initiatieven coördineren en ondersteunen. Dit gebeurt onder meer via technische en juridische bijstand en hulp bij fondsenwerving. Ook wordt een centrale plek ingericht – zowel fysiek als online – waar projecten terecht kunnen voor hulp.

De belangrijkste doelstellingen van de EDIC zijn:

  • Het versterken van het Europese digitale ecosysteem door samenwerking tussen publieke, private, academische en technische partijen;
  • Het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel voor productie, onderhoud en gebruik van digitale gemeenschapsgoederen;
  • Het stimuleren van het gebruik van deze gemeenschapsgoederen door overheden, bedrijven en burgers.

Art de Blaauw, directeur CIO Rijk en voorzitter van de EDIC: “Met de EDIC Digitale Gemeenschapsgoederen bundelen we onze krachten en schalen we gezamenlijke Europese oplossingen op. Zo zorgen we dat overheden in heel Europa de middelen krijgen om echt digitaal zelfstandig te worden.”

Betrokken lidstaten

Naast de 4 oprichtende lidstaten zijn Luxemburg, Slovenië en Polen betrokken bij de EDIC met een observer status. Meerdere andere EU-lidstaten hebben aangegeven te willen aansluiten.

De officiële lancering van het consortium vindt plaats op donderdag 11 december in Den Haag.

Lees meer informatie over de EDIC op de website van de Europese Commissie. 

Lees meer …Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland starten consortium voor digitale gemeenschapsgoederen

  • Raadplegingen: 19

Andere vorm van financiële steun voor zonne- en windenergie, bedrijven mogen meedenken

Er komt een nieuwe vorm van financiële steun voor bedrijven die op grote schaal elektriciteit uit zon en wind opwekken. Dit is het gevolg van Europese regels. De overheid gaat geen subsidie meer geven, maar sluit contracten met bedrijven af. Om dit te regelen is een nieuwe wet in voorbereiding. De overheid nodigt ondernemers uit hun mening te geven over de eerste versie van de wet. 

Nu nog subsidie voor bedrijven

Bedrijven die duurzame stroom opwekken met zonnepanelen en windmolens, kunnen nu nog subsidie bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aanvragen via de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). Deze regeling biedt hen financiële ondersteuning als de marktprijzen voor elektriciteit laag zijn. Vanaf 2027 mag deze vorm van steun niet meer volgens Europese regels. Dat geldt voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit, zoals zonne-energie en windenergie op land.

Ander soort steun voor zonne- en windenergie

Daarom werkt het kabinet aan een nieuw systeem: tweerichtingscontracten (ook wel ’contracts for difference’ genoemd) met een vaste prijs voor opgewekte elektriciteit. Dit systeem wordt al in sommige andere Europese landen gebruikt. Het kabinet wil tweerichtingscontracten ook voor windenergie op zee gaan gebruiken.

De tweerichtingscontracten zijn bedoeld voor grote opwekinstallaties van bedrijven. Waarschijnlijk komen ze er voor installaties met een elektrisch vermogen van meer dan 200 kilowatt (kW).

De verandering geldt alleen voor nieuwe zon- en windparken vanaf 2027. Voor bestaande SDE-subsidies verandert er door dit wetsvoorstel niets.

Vaste prijs voor opgewekte elektriciteit

Een tweerichtingscontract is een overeenkomst tussen de overheid en een bedrijf. Het wetsvoorstel maakt verschillende opties mogelijk, zoals een contract met een vaste prijs per opgewekte megawattuur (MWh) of een contract met een boven- en ondergrens voor de prijs. De overheid betaalt dan bij lage marktprijzen het verschil met deze afgesproken prijs aan het bedrijf. Is de marktprijs hoger dan de afgesproken prijs? Dan moet het bedrijf het verschil aan de overheid betalen.

Waarom is deze verandering nodig?

Nederland wil steeds meer duurzame energie opwekken, zoals stroom uit zon en wind. Dat is belangrijk om minder afhankelijk te zijn van andere landen en om de CO₂-uitstoot te verminderen. 

De manier waarop Nederland dit nu heeft geregeld in de SDE++-regeling, staat de Europese Commissie (EC) vanaf 2027 niet meer toe. De EC vindt dat bedrijven daarmee te veel voordeel krijgen bij een hoge marktprijs, terwijl ze daarnaast ook nog subsidie ontvangen bij lage prijzen. Dit zorgt volgens de EC voor overstimulering en daarmee oneerlijke concurrentie, in vergelijking met bedrijven uit andere landen. Daarom voert de EC in 2027 nieuwe regels in die voor alle landen van de Europese Unie hetzelfde zijn.

Wanneer gaat de nieuwe wet in?

De nieuwe wet moet in 2027 ingaan. In de komende tijd wordt meer bekend over de precieze regels en voorwaarden. Houd hiervoor de website van RVO in de gaten.

Lees meer …Andere vorm van financiële steun voor zonne- en windenergie, bedrijven mogen meedenken

  • Raadplegingen: 19